Erfgenamen (2)

(4 minuten leestijd)

Wanneer je in het vliegtuig zit op weg naar Suriname vanuit Nederland. Eerst nog op grote hoogte, urenlang boven de Atlantische Oceaan. En dan kijk je op gegeven moment uit een raampje, wanneer je merkt dat het vliegtuig boven het vasteland van je eindbestemming is. Zover het oog kan zien. Één uitgestrekt oerwoud. Verwondering is wat je dan voelt.

Ik denk op zulke momenten soms (in bewondering) aan de voorouders die in slavernij leefden. Vooral aan degenen die als eersten waren aangekomen. Wat een werk hebben zij verricht! Want wist je dat Suriname vóór de Slavernij periode eigenlijk alleen maar Amazone bosgebied was?

Om een lang en extreem moeilijk verhaal in een volzin samen te vatten:

Met het zware werk dat de slaafgemaakten verrichten, het ontbossen, werd ruimte gemaakt voor de aanleg van plantages en nederzettingen. En zo is uiteindelijk ook de stad Paramaribo ontstaan.


Als je kans ziet rustig aan door deze stad te wandelen, en je ziet de vele houten panden uit de 17e en 18e eeuw. Die tot het cultureel erfgoed van Suriname behoren. Weet dan dat alle gebouwen uit de Trans-Atlantische Slavernij periode door slaafgemaakten zijn gebouwd. Van het fundament tot het dak. Verschillende Europese en Noord-Amerikaanse bouwstijlen kwamen samen tot een geheel in Paramaribo, dankzij het vakmanschap van slaafgemaakten.

De vele kanalen in Suriname en de aanleg van bruggen, watergemalen, polders, dijken, sluizen en wegen? De handen van slaafgemaakten vormden het stedelijk gezicht van Suriname. Het is een weinig besproken realiteit van slavenarbeid in de voormalige kolonie van Nederland.



Er waren drie typen in slavernij levende mensen.

De veldslaaf, werkzaam op de plantages, vormde de overgrote meerderheid. De huisslaaf, deze was in de minderheid. Hun werk bestond uit huishoudelijke taken in en nabij het huis van de plantage eigenaren. En de ambachtslaaf. Geschoold op alle vlakken van handenarbeid. Van timmerman en kledingmaakster tot slager en bakker.

Deze laatste categorie in slavernij levende mannen en vrouwen, de ambachtslaaf, had redelijke bewegingsvrijheid. Maar vanwege het wettelijk verbod voor slaafgemaakten op leren lezen en schrijven, konden zij veel beroepen niet uitoefenen. Vooral het soort beroepen waar schriftelijk opgedane kennis voor nodig is. Plantage eigenaren kenden de kracht van het geschreven woord. Dat het mentaal bevrijdend werkt.

Vandaar dit verbod.

Het is niet verrassend om te horen dat na afschaffing van de Slavernij, voor de meeste voormalig slaafgemaakten, een diep gekoesterde wens in vervulling ging. Ze konden dan eindelijk leren lezen en schijven. Zonder beperkingen. En het waren vooral de Hernhutters, tegenwoordig EBGS-Evangelische Broedergemeente Suriname, die hielpen deze wens te realiseren. De christelijke bijbel blijkt dan ook het allereerste boek wat onze mensen leerden lezen.

Door te lezen ontstond er een bredere basis van algemene kennis onder de in vrijheid levende bevolking. Waardoor zij zich in de loop der tijd wisten te ontwikkelen. En zetten zij bij elke maatschappelijke stap vooruit, afstand tussen henzelf en leven in slavernij. Ze gingen verder met het opbouwen van Suriname.


Dus wat is de moraal van dit verhaal?

Het is regelmatig in het nieuws. Eeuwenoude huizen en leegstaande panden in Paramaribo onherstelbaar vernietigd. Door brand of door het nalaten van onderhoud. Terwijl de historische binnenstad van Paramaribo door UNESCO in 2002 is uitgeroepen tot Werelderfgoed. Een belangrijke status om bijvoorbeeld toerisme te bevorderen.

Maar sinds kort is er een probleem. Want er staan grootschalige -zeer omstreden- bouwprojecten in dezelfde binnenstad in de planning. Grote moderne panden gaan worden gebouwd. Die een totaal ander uiterlijk hebben dan de koloniale houten gebouwen die op de lijst van werelderfgoed staan.

Daarom heeft UNESCO (op 23 juli 2026) de historische binnenstad van Paramaribo op de lijst van Bedreigd Werelderfgoed gezet. Dit is een status die vooraf gaat aan het daadwerkelijk verwijderen van de lijst. UNESCO stelt vast dat het beschermde stadsgezicht door de moderne gebouwen wezenlijk veranderd. Het erfgoed verliest authenticiteit. En zal definitief van de UNESCO lijst van Werelderfgoed worden gehaald, wanneer de Surinaamse overheid niet voldoende maatregelen neemt om het te beschermen en intact te houden.



Tot slot is er nog een ding wat ik wil meegeven.

Dit werelderfgoed is een rijkdom in bezit van elke Surinamer. En heeft een waarde die niet in geld is uit te drukken. Daarom hoop ik dat mijn informatief verhaal opbouwend is. En hoop ik dat het inspireert. Zodat iedereen met liefde voor het land met waardering, respect en met een klein beetje trots naar deze gebouwen uit de koloniale tijd leert kijken. En zich verbonden voelt met dit cultureel erfgoed. Want het zijn houten en stenen “ooggetuigen” uit de vormingsjaren van Suriname. En elke keer wanneer zo een gebouw uit het straatbeeld verdwijnt, verdwijnt ook een belangrijk stukje geschiedenis.


Plaats een reactie